Nieuws

René Visser, Corine Laurant, Bart Kuipers en Chris van Meurs toegevoegd aan bestuur Stichting Purmer Valley

Geplaatst op

Het bestuur van Stichting Purmer Valley wordt versterkt met Corine Laurant, Bart Kuipers, Chris van Meurs en René Visser. ‘We zijn na de oprichting van de Stichting en de bekendmaking van de partners Purmerendse Scholengroep, Horizon College, Rabobank en de Gemeente Purmerend, op zoek gegaan naar mensen die de organisatie verder kunnen versterken,’ aldus Dirk Tuip, voorzitter van de Stichting. ‘In de afgelopen weken hebben we dan ook diverse gesprekken gevoerd met kandidaten die wij hebben geselecteerd of die zich hebben aangediend. Door onze focus op de samenwerking tussen onderwijs, IT-bedrijven en de Gemeente, is het logisch dat we mensen uit het onderwijs zochten. Met deze vier nieuwe bestuursleden versterken we ons bestuur flink op dit gebied.’

René Visser

René Visser is een goede bekende voor Purmer Valley. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het enthousiasme bij de PSG en Horizon College om met Purmer Valley in zee te gaan. René is directeur van SG Antoni Gaudì en SG Nelson Mandela en campusvoorzitter VMBO-PRO. Hij is al jaren zeer actief om IT een grotere rol in het onderwijs te laten spelen. Zo werd er onder zijn leiding een versneld leertraject gestart voor Netwerkbeheer en is hij nu bezig met het volgende versnelde leertraject, namelijk applicatieontwikkeling. Ook introduceerde hij iPad-leren op de school, waarvan hij zelf zegt dat het daar niet om gaat; ‘Een iPad is geen doel, maar een middel om 21ste-eeuws onderwijs vorm te geven. Onderwijs dat uitgaat van het kind in plaats van de leerstof. Met digitaal onderwijs hebben scholen de mogelijkheid om een gepersonaliseerd leertraject voor leerlingen te ontwerpen en zo tegemoet te komen aan de eisen van onderwijs in de 21ste eeuw.’

Corine Laurant

Corine is directeur-bestuurder van Stichting Kinderopvang Purmerend en vormt voor Purmer Valley een ervaren bestuurder met een stevige achtergrond in media, onderwijs en maatschappelijk ondernemen. Corine was onder meer lid van het verenigingsbestuur bij Veronica. Corine licht haar motivatie toe; ‘Digitaal onderwijs is net zo belangrijk als leren lezen en schrijven. Het is belangrijk om op jonge leeftijd kinderen kennis te laten maken met techniek en IT. Tenslotte vraagt deze dynamische digitale wereld om gemotiveerde en goed opgeleide medewerkers.’

Chris van Meurs

Chris is voorzitter van het College van Bestuur van OPSO|SPOOR, de koepel waaronder 37 basisscholen in Purmerend en omgeving vallen. Maar Chris heeft niet alleen ervaring in het basisonderwijs: voor hij bij OPSO|SPOOR aan de slag ging, was hij directeur bij Scholen aan Zee in Den Helder. Hij is toezichthouder bij ROC TOP in Amsterdam. Net als René heeft Chris veel affiniteit met IT en onderwijs. ‘De ontwikkelingen in de samenleving gaan razendsnel met IT als belangrijke katalysator. Om een weg te vinden in die samenleving maar ook om daar nu en straks een bijdrage aan te kunnen leveren, kun je niet vroeg genoeg beginnen om kinderen vertrouwd te maken met IT. Ze te leren begrijpen hoe het werkt maar ook door ze te leren hoe ze die wereld kunnen sturen door bijvoorbeeld programmeerlessen in samenwerking met het bedrijfsleven. Tenslotte zijn deze jonge kinderen de toekomstmakers en vormen zij het fundament onder de ambities van Purmer Valley.

Bart Kuipers

Bart heeft de afgelopen twintig jaar goede ideeën omgezet in succesvolle bedrijven. Het zit in zijn karakter om zijn vooruitziende blik met een hoog ambitieniveau om te zetten in ondernemerschap. De meest bekende is waarschijnlijk wel Webregio. Barts eerste bedrijf kennen we in Purmerend als All Office Kuipers. Op dit moment is Bart ook bestuurslid bij de Stichting Vrienden voor Purmerend, die diverse activiteiten ontplooit voor het goede doel. Bart legt uit waarom hij Purmer Valley belangrijk vindt; ‘Naar de toekomst toe zie ik dat een schaarste zal ontstaan aan medewerkers met het gewenste kennisniveau in het MKB. Met Purmer Valley kunnen we de handen ineen slaan om de opleidingen de juiste richting in te sturen. We moeten zorgen dat de kwaliteit van de huidige opleidingen op het niveau komt waar vraag naar is. De band tussen het bedrijfsleven, de ICT bedrijven, overheidsinstellingen en de verschillende opleidingen moet meer vorm krijgen. Daar wil ik graag aan bijdragen.’

Bedrijven integreren in onderwijs

Dirk Tuip licht de agenda van Purmer Valley toe; ‘Meer en meer wordt voor ons duidelijk dat één van onze belangrijkste taken is om de kloof tussen het onderwijs en het bedrijfsleven te dichten. Er is al een tekort aan goed gekwalificeerd IT personeel en dat wordt de komende jaren alleen maar erger. Het curriculum sluit niet voldoende aan en docenten kunnen onmogelijk alle ontwikkelingen bijhouden. Willen we onze positie behouden, dan zullen we gezamenlijk moeten zorgen voor de banen van de toekomst. Als we dat flink kunnen verbeteren, dan zal dit vanzelf andere bedrijven gaan trekken, omdat we hier topstudenten afleveren die direct aan de slag kunnen. Daarom is ook echt van belang dat nog meer ICT-bedrijven uit de regio zich bij Purmer Valley aansluiten.’

Namens het bestuur van Purmer Valley vult secretaris Daniël Pardoen aan; “Naast deze uitbreiding van het bestuur maken we samen met het onderwijs concrete plannen die in het nieuwe schooljaar al echt zichtbaar zullen gaan worden voor scholieren, docenten en IT-bedrijven in Purmerend en omgeving.”

Advertenties

IPad verdringt papieren bouwtekening

Geplaatst op

De bouwwereld schakelt over op digitaal ontwikkelen en communiceren

Geen papier te zien. Geen bouwtekening te bekennen. Op deze afdeling van Dura Vermeer in Rotterdam gaat alles volgens BIM: Bouw Informatie Model. Ontwerpen, het maken van berekeningen, informatie uitwisselen, alles gebeurt digitaal in 3D. Ook op de bouwplaats komt er met BIM bijna geen papierwerk meer aan te pas. Als een bouwplaatsmanager wil zien of de elektricien of de installateur alles goed heeft aangelegd, pakt hij zijn iPad met het 3D-ontwerp of de 2D-tekening erbij. Sommige misverstanden kun je nu vroeg tackelen’, zegt BIM-manager Sander de Zee van Dura Vermeer over een van de belangrijkste winstpunten van de digitale werkwijze BIM. Hij wijst op een afbeelding aan de muur. Op basis van een tweedimensionale bouwtekening vroeg een koper om de trapkast smaller te maken om meer leefruimte in de woonkamer te krijgen. Op een gewone bouwtekening is dat geen beletsel, maar het resultaat hangt in 3D aan de muur. Wie de deur opent, botst op borsthoogte tegen een trap aan. ‘Als het tegenzit, ontdek je dit pas op de bouwplaats en stel je de klant teleur met een verkeerde trapkast of met een te kleine woonkamer.’

Bij BIM worden voor en tijdens de bouw het ontwerp, het materiaalgebruik en de inbreng van onderaannemers in 3D in kaart gebracht én realtime bijgehouden. Dat klinkt als een ver-van-mijn-bed-show, maar het zal in de bouw de efficiëntie verhogen en bouwfouten helpen voorkomen. Uiteindelijk merkt ook de koper van een nieuwbouwwoning er dus de voordelen van. Voor de sector zelf is het een enorme verandering. Wat Auto-CAD en het maken van bouwtekeningen op de computer een kwarteeuw geleden betekenden voor de tekentafel, betekent BIM voor de papieren bouwtekening. Die zal meer en meer verdwijnen. Hetzelfde wordt gehoopt van de kosten als gevolg van miscommunicatie. Op plat papier komen tegenstrijdigheden of communicatiemisverstanden niet altijd naar voren. Maar als op de bouwplaats blijkt dat de installateur pijpen en leidingen op een andere plek voorzag dan waar de uitsparingen zitten, lopen de kosten snel op. In de driedimensionale wereld van BIM komt zo’n conflict al naar voren wanneer de installateur zijn ontwerp in het model invoert.

De Zee is nu drie jaar in dienst bij Dura Vermeer. Nog tijdens de crisis besloot het familiebedrijf, de op vier na grootste bouwer van Nederland, om te investeren in software, rekenkracht en mensen zodat in 2018 elk project in BIM wordt uitgevoerd. ‘Het gaat ongelooflijk hard. Drie jaar geleden werd het maken van een zogenoemd BIM-model bij bouwprojecten nog uitbesteed, nu gebeurt alles in huis’, aldus De Zee. Naast calculators, uitvoerders en collega’s van onderaannemers en leveranciers, is de werkvloer uitgebreid met zogenoemde BIM-modelleurs. De organisatie is horizontaal; de disciplines zijn doorlopend in contact met elkaar in plaats van dat het ontwikkelen bouwproces klassiek stapsgewijs wordt doorlopen. ‘Het is wel een uitdaging dat Dura Vermeer in BIM leidend wil zijn. Dat betekent ook dat je als eerste knelpunten tegenkomt’, aldus de BIM-manager. De belangrijkste stap om misverstanden tegen te gaan, was om iedereen dezelfde taal te laten spreken. Het bouwbedrijf maakt gebruik van een open standaard die is geïnitieerd door veertien grote bouwers. Zo kan elke partner op dezelfde wijze data aanleveren. Iedereen in het proces heeft het zo over hetzelfde soort betonnen vloerdeel of hetzelfde type daklijst.

Gebruik van BIM leidt tot efficiëntiewinst

Voor BIM-manager Sander de Zee van Dura Vermeer is helder dat het gebruik van BIM leidt tot efficiëntiewinst; volgens hem wordt die door sommigen op 30% geschat. Dat betekent niet dat alle projecten ook zo veel eerder worden opgeleverd. ‘De gewonnen tijd gaat bijvoorbeeld naar het beter controleren van de werkbegroting. Ook is er meer tijd voor extra controles op kwaliteit, maar de meeste tijd zijn we kwijt aan ontwikkeling en het opleiden van partners en personeel.’ Uiteindelijk slaat het voordeel volgens hem neer in lagere faalkosten, betere kwaliteit en dus een beter voorspelbare en hogere marge, een betere prijs voor de klant of in de scherpere prijs bij het inschrijven op een opdracht. Op de bouwplaats zelf heeft het digitaal communiceren via het BIM-platform nog een voordeel. In de regel verloopt de communicatie op de bouwplaats toch vaak mondeling. Als nu geconstateerd is dat een onderaannemer nog iets goed moet afmaken, wordt daar in BIM een aantekening van gemaakt met een linkje waar er wordt afgeweken van het ontwerp. De melding verdwijnt pas als er een opvolgactie is geweest, anders komt er een herinnering. De Zee noemt het nog een voordeel van BIM; mondeling afgesproken opleverpunten zijn verruild voor een gestructureerde manier van communiceren. Dat kan ook helpen om geschillen te verminderen en bespreekbaar te maken.

 

Bron: FD 08/08/2017

Slimme landbouw is de toekomst, en boeren zitten op een grote bergkostbare informatie

Geplaatst op Geupdate op

Wetenschappers, bedrijven en over­heden weten het zeker: slimme land­bouw is de toekomst. Maar terwijl boe­ren steeds meer data verzamelen over hun aardappels, koeien en varkens, blij­ven drie cruciale vragen onbeantwoord.

Wie is eigenaar?

Voorheen gingen fabrikanten van machines ervan uit dat zij de eige­naar waren van de data die hun trac­tor of melkmachine verzamelt. Die tijd lijkt voorbij: steeds meer brancheorgani­saties zetten zwart-­op-­wit dat de boer de eigenaar is. Boeren mogen zelf bepalen met wie de data wordt gedeeld en waar de data voor wordt gebruikt. Ook moeten de systemen zo zijn gebouwd dat de data gemakkelijk kun­nen worden overgezet naar een tractor of melkrobot van een concurrerende fabrikant. Dit is nog niet de praktijk, constateert IT­-expert Sjaak Wolfert van Wageningen Economic Research. Wie een tractor van merk A koopt, zit net als de koper van een Apple-­product veelal aan het merk vast. In de kleine lettertjes van een contract staat ook vaak dat de boer de data van zijn machines niet met derden mag delen. Wolfert: ‘Het is net als met de algemene voorwaarden van Google of Facebook. Vaak klik je op oké en denk je: het zal wel.’

Wat levert het op?

Prominent op twee: wat leveren de data die de boer doorstuurt naar een machinefabrikant, coöperatie of zaadleverancier de boer zelf op? In de praktijk betalen boeren twee keer voor nieuwe technologie, constate­ren ABN Amro en adviesbureau Farm­hack. De eerste keer bij aanschaf van software waarmee een boer informatie over koeien of aardappelen verzamelt. De software stuurt de data gratis naar de maker van de sensor of de melk machine, soms zonder dat de boer daarvan op de hoogte is. De machinefabrikant gebruikt de gegevens om zijn dienstverlening te verbeteren en nieuwe diensten te ontwikkelen, bijvoorbeeld door data te combineren.

De boer moet voor deze diensten een tweede keer zijn portemon­nee trekken. Hij koopt zijn eigen data als het ware terug. Een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten bestaat in de landbouw nog niet. In de luchtvaart zijn ze een stuk verder, zegt Sander Klous, hoogleraar Big Data Ecosystems aan de Universiteit van Amsterdam. Vliegtuigmaatschappijen bedongen aanvankelijk een paar pro­cent korting als zij data deelden met de fabrikanten van straalmotoren. Maar die fabrikanten bleken dankzij de data geld te kunnen besparen op het testen van de motoren. Bovendien verdienden ze er extra geld mee door luchtvaartmaat­schappijen tegen betaling adviezen te ge­ven, bijvoorbeeld over het optimaal laten draaien van de motor om brandstof te besparen.

De luchtvaartmaatschappijen realiseerden zich dat de data veel meer waard waren dan de korting, zegt Klous. ‘Dat heeft geleid tot overeenkomsten waarbij de waarde van data duidelijk is benoemd. Als fabrikanten de data van de motoren willen gebruiken, dan betalen ze daar ook voor.’ Het zal nog een aantal jaren duren alvorens dit soort verdienmodellen ook in de landbouw ingang vinden, voorspelt onderzoeker Evert van den Akker van TNO. ‘Zolang de data in de landbouwsec­tor blijven, leiden betalingen aan boeren alleen maar tot hogere prijzen van de nieuwe producten en diensten. Dan ben je geld aan het rondpompen. Maar als bedrijven de data van boeren gaan delen met partijen buiten de sector, zoals levensmiddelenfabrikanten die inzicht willen hebben in de voedselveiligheid, dan moeten boeren betaald krijgen.’

Is privacy gewaarborgd?

Melkveehouder Marc Havermans kan zich niet voorstellen dat de data van zijn 275 koeien interes­sant kunnen zijn voor hackers of door bedrijven voor andere doeleinden wordt gebruikt. Onderzoeker Marc­Jeroen Bogaardt van Wageningen Economic Research weet wel beter. Zo hebben Amerikaanse vlees­ kuikenfokkers in februari enkele vlees ­verwerkers voor de rechter gedaagd. Ze verdenken de bedrijven ervan hun data te gebruiken om de vleesprijzen kunst­matig laag te houden. Een derde partij die alle gegevens van de boeren verza­melt, Agri Stats, zou de informatie niet goed geanonimiseerd hebben. Daardoor kregen verwerkers per bedrijf inzicht in de prijzen die hun concurrenten betaal­den voor vleeskuikens. Deze informatie zouden ze hebben gedeeld. ‘De zaak roept de vraag op in hoeverre veehouders nog zeggenschap hebben over hun data’, zegt Bogaardt. De Amerikaanse start­up Farmers Business Network laat overigens zien wat voor voordelen het delen van data kan bieden. Het bedrijf heeft een database ontwikkeld met daarin de geanonimi­seerde gegevens van 3400 landbouwbe­drijven in de Verenigde Staten, waaron­der 5.000 facturen. Daardoor kan boer A zien dat hij veel meer voor maïszaad van fabrikant X heeft betaald dan boer B, terwijl de opbrengst veel lager is. In twee jaar tijd heeft het bedrijf al bijna $ 84 mln. opgehaald, onder andere van Google Ventures.

Veehouder wordt databoer

Melkveehouder Marc Havermans weet alles van zijn 275 koeien. Door de moderne machines en sensoren zit hij nu twee keer per dag achter de computer op zijn kantoor om de data te analyseren. Zo meten de melkrobots de melkuitgifte per koe per dag, inclusief het vet, eiwit en lacto­se gehalte. Speciale software waarschuwt hem als de kwali­teit van de melk onvoldoende is. De computer rekent per dag ook het krachtvoer per koe uit. Een bewegingsmelder houdt de beweging van de koe in de gaten en geeft een seintje als het de juiste tijd is om te insemi­neren. Een zender om de hals van de koe berekent op basis van het geluid het aantal ‘her­kauw-minuten’. Als een koe bijvoorbeeld van streek is, kauwt ze minder. Door de tech­nologie kan Havermans met anderhalve fte een stal van 275 koeien runnen. ‘Ik kan niet alle koeien in de gaten houden, de computer kan dat wel.’ Tegelij­kertijd benadrukt Havermans dat hij nog te weinig van de data profiteert. Doordat elke machine zijn eigen systeem heeft en enkele grote fabrikan­ten de markt domineren, is het moeilijk om data te combine­ren. Ook zijn er nog te weinig partijen die zijn data kunnen interpreteren. Er zijn wel advi­seurs die analyses willen maken, maar dan wel tegen € 80 per uur. Als hij fabrikanten opbelt met de vraag wat zij met zijn data doen, begrijpen ze niet waar hij het over heeft. ‘Het is een continue strijd.’

Beperkte inzet nieuwste technologie

Slimme landbouw mag dan de toekomst zijn, het aantal boeren dat gebruik maakt van de nieuwste technologie is nog beperkt, blijkt uit cijfers van de universiteit Wageningen. Zo heeft slechts 5% van de melkveehou­ders een geavanceer­de stal die volhangt met sensoren. De mel­krobot is ruim dertig jaar na de introductie bij 20% in gebruik. Sommige experts geven dan ook priori­teit aan kennis ver­spreiding: door snel handige toepassingen te ontwikkelen, gaan boeren het nut inzien van de technologie. De aanwezigheid van een dominante partij kan dit proces versnellen, helemaal als die gratis zijn missiewerk kan doen. Als ontwikke­laars al vanaf het begin af aan moeten betalen voor de data van de boer, komt de innova­tie immers niet op gang, zo is de gedach­te. Afspraken over privacy — denk aan Facebook of Google — kunnen later altijd nog worden gemaakt. Anderen stellen juist dat kritische vragen over privacy en ver­dien modellen zo vroeg mogelijk gesteld moe­ten worden, omdat boeren, en vaak ook brancheorganisaties, zelf onvoldoende op de hoogte zijn van de nieuwe technologie en de potentiële opbreng­sten en risico’s. De angst is dat straks niet de boer de baas op zijn erf, maar de techno­logie leveranciers.

bron: FD 06/07/2017

Amsterdam Arena wil slimste stadion ter wereld worden, maar is nu vooral een showroom

Geplaatst op

Aan ideeën voor een innovatief voetbalstadion geen gebrek. De bedrijven die de plannen uitvoeren, moeten nog wel met geld over de brug komen.

Vrijdagochtend 18 juni, 2020. De Spaanse Morena stapt op het vliegtuig van Barcelona naar Nederland voor de achtste finale van het Europees Kampioenschap Voetbal tussen Nederland-Spanje in de Amsterdam Arena. Een dag later gaat ze met een vriendin opnieuw naar het stadion voor een dancefeest van ID&T. Dit wordt het ultieme weekend.

Om wachtrijen bij de Arena te voorkomen, installeert ze een app op haar telefoon waarmee de veiligheidsdiensten haar gedrag kunnen volgen. Als ze zich niet vier uur lang verstopt op de toiletten of ander verdacht gedrag laat zien, wordt ze bij de ingang van de Arena niet gefouilleerd. Door de app toegang te geven tot haar biometrische gegevens, vermijdt ze bovendien extra controles op Schiphol. Door de tienduizenden bezoekers in Amsterdam dit weekend en de verhoogde terreurdreiging staan alle veiligheidsdiensten op scherp.

Bij aankomst op Schiphol stapt Morena in een chauffeurloze bus naar de Arena. Ze doet alvast het polsbandje om dat bij het toegangsbewijs zat en waarmee haar bloeddruk wordt gemeten. Mocht ze tijdens het dancefeest out gaan, dan wordt de dichtstbijzijnde hulpverlener direct gealarmeerd. Omdat ze zich voorbeeldig heeft gedragen, mag ze bij de Arena zo naar binnen lopen. Via een app bestelt ze alvast een biertje. Als de steward haar drankje komt brengen, verschijnen op het veld drie hologrammen van de Toppers. Ze kent de muziek niet, maar de virtuele witte glitterpakken zijn hilarisch. Ze tellen af. Drie, twee, een… de wedstrijd kan beginnen.

Geen sciencefiction

Is het verhaal van Morena sciencefiction? Niet als het aan de Amsterdam Arena ligt. Directeur Henk Markerink wil dat de Arena het meest innovatieve stadion ter wereld wordt en uitgroeit tot een ‘proeftuin voor innovaties’, zo kondigde hij in 2015 aan. Andere stadions mogen dan de strijd met elkaar aangaan met het aantal zitplaatsen —70.000 stoelen is allang geen uitzondering meer – de Arena kiest voor slimme technologie die van elke bezoeker een ‘Very Important Person’ maakt.

De verbouwing van de Arena à €50 mln voor het EK in 2020 is het moment om deze ambitie te verwezenlijken. Het ‘Amsterdam Arena Innovation Center’, dat twee jaar geleden is geopend, gaat helpen. De ideeën die in dit steriele, witte kantoor achter de parkeerplaats bij de hoofdingang met allerlei partners worden bedacht, moeten in 2020 leiden tot een 20% hogere omzet. Ook de kosten voor onderhoud gaan door de slimme technologie met 20% naar beneden, legt ‘chief innovation officer’ en directeur facilitair bedrijf Henk van Raan uit.

Innovatie moet overlast van 75.000 bezoekers voorkomen

Het initiatief moet niet alleen tot betere financiële resultaten leiden, maar ook tot een goed imago. Op een topdag met een ‘triple’, waarbij er zowel een evenement is in de Arena als in de Ziggodome en Afas Live, lopen er al gauw 75.000 mensen in het gebied. Maar er zijn ook plannen om nieuwe woningen te bouwen. ‘Het beeld dat bewoners gaan klagen over het afval voor de deur en het gebrek aan parkeerplaatsen tijdens evenementen maakt ons angstig’, zegt Van Raan. ‘Want dat leidt tot weerstand tegen de exploitatie van de Arena. Om de impact en overlast van evenementen zo beheersbaar mogelijk te houden en de stad leefbaar, is innovatie nodig.

‘Ook de terroristische aanslag in de Manchester Arena, waarbij 22 mensen omkwamen na het concert van tieneridool Ariane Grande, staat de facilitair directeur vers in het geheugen. Door zo veel mogelijk diensten te ontwikkelen die bezoekers verleiden om tijdens het evenement persoonlijke informatie af te staan, krijgen veiligheidsdiensten meer mogelijkheden om de kans op een aanslag te verkleinen.

Data laten schoonmakers zien waar ze moeten beginnen

Een aantal toepassingen van het ‘slimme stadion’ zijn al in gebruik. Zo heeft de Arena twee datawetenschappers in dienst en zijn er sensoren en infraroodcamera’s die de kwaliteit van het gras in de gaten houden. Ook loopt er een proef met een zelfrijdende maaimachine, maar die is nog niet nauwkeurig genoeg. Een app met onder andere data van Rijkswaterstaat en TomTom adviseert bezoekers van de Arena hoe ze het beste kunnen rijden om files te vermijden en waar ze in de buurt kunnen overnachten. Want, legt Van Raan uit: ‘Als bezoekers twee uur in de file staan om bij de Arena te komen, dan blijft die slechte ervaring hangen.’

Om 20% op kosten te besparen, moet ook het onderhoud op de schop. De Arena gaat daarom data over het stadion beschikbaar stellen aan schoonmaakdiensten, die samenwerken met IT-bedrijven. Als sommige wc’s bijvoorbeeld nauwelijks worden gebruikt, hoeven die ook minder vaak schoongemaakt te worden. Een data-analyse van de mensenstroom kan helpen om te achterhalen wanneer schoonmakers het beste hun werk kunnen doen. Ook opvallend: een softwareprogramma analyseert alle kassa-aanslagen van de afgelopen twintig jaar. ‘We weten straks precies hoeveel kroketten bij de wedstrijd Ajax-PSV worden genuttigd’, zegt Van Raan trots. ‘Dat is weer anders dan bij een wedstrijd Ajax-Feyenoord. Zo weten we precies hoeveel kroketten we moeten inkopen.’

Geen showroom

Om het scenario van de fictieve Spaanse Morena werkelijkheid te laten worden, is meer nodig. Want het stadion mag dan tijdens de verbouwing worden volgehangen met sensoren en slimme ledverlichting, zonder 5G-netwerk komen de slimme diensten niet van de grond. Of dit netwerk er in 2020 gaat komen, is nog niet zeker. Bovendien moet de Arena voorkomen dat het een ‘showroom’ wordt van nieuwe producten die alle betrokken partners – van Philips Lighting tot Huawei en KPN – op de markt willen brengen, zegt Jan Wester, die namens onderzoeksorganisatie TNO de innovatieprojecten in de Arena begeleidt. Een serieuze proeftuin die baanbrekende innovaties oplevert, vereist bedrijven die geld stoppen in onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten. En dat gebeurt nog niet. ‘Geen enkel bedrijf heeft tot nu toe substantieel R&Dbudget toegezegd. Dat valt mij tegen.’

Europees Kampioenschap

In 2020 is het zover: dan organiseert Uefa het Europees Kampioenschap Voetbal. Vanwege het zestigjarige jubileum van de Europese Unie vindt het kampioenschap plaats in dertien Europese landen. De Amsterdam Arena, het thuisstadion van Ajax, doet ook mee en wordt voor het EK2020 voor €50 mln verbouwd om meer ruimte op de tweede ring te creëren. De Arena grijpt de verbouwing ook aan om zich te profileren als het meest innovatieve stadion ter wereld. Accountantskantoor KPMG, de gemeente Amsterdam, Microsoft, Philips Lightning, TNO, KPN, het netwerk Amsterdam Smart City, Honeywell, Nissan, Huawei, Eaton en bouwbedrijf BAM gaan het stadion daarbij helpen. De Arena gaat ook samenwerken met Schiphol, om de mensen die vanuit het buitenland naar de Arena komen zo vlot mogelijk naar de Arena te leiden.

De Amsterdam Arena heeft de afgelopen drie jaar ongeveer €2 mln geïnvesteerd in diverse innovatieprojecten, blijkt uit navraag. Dit geld is gebruikt om andere investeerders aan te trekken. In totaal wordt er €12 mln door publieke en private partijen in de lopende innovatieprojecten geïnvesteerd.

Zo is de app met data van Rijkswaterstaat en TomTom een goed initiatief, maar nog niet baanbrekend. Wester: ‘We moeten nieuwe dingen gaan doen. Dat betekent dat we de app door moeten ontwikkelen, bijvoorbeeld door data van verschillende organisaties aan elkaar te koppelen. Wat kan de app betekenen voor de veiligheid van het station of Schiphol? Hulpverleners zijn niet op het platform aangesloten.’

Om echt een vernieuwend stadion te worden, moet er volgens Wester een veilige omgeving komen waar meerdere bedrijven data met elkaar kunnen delen. Die omgeving is er niet. Ook is er geen serieus back-upsysteem voor als een proef in de proeftuin een keer fout gaat – toch een essentiële voorwaarde om nieuwe diensten te kunnen testen op grote schaal. En de ideale samenwerkingsvorm waarin publieke en private partijen met elkaar kunnen samenwerken aan projecten die het belang van de Arena overstijgen – denk aan veiligheid of bereikbaarheid – is ook nog niet gevonden.

Hooggespannen ambities

De ambities zijn echter hooggespannen. Het stadion wil zijn kennis wereldwijd inzetten. Op het grote telecomcongres in Barcelona was het dit jaar één van de showcases voor nieuwe mobiele 5G-technologie. In China zijn al contacten gelegd om te helpen bij de aanleg van een nieuw complex voor het nationale voetbalelftal. Alleen zit de concurrentie niet stil. Zo wil Tottenham Hotspur aan een nieuw innovatief stadion in noord-Londen te gaan bouwen. Zelfs het Utrecht-stadion Galgenwaard meldde zich aan het front als innovatieve hotspot in oprichting.

Wat Wester van TNO betreft is de tijd van gepolder voorbij. Het is nu zaak om aan te pakken. ‘We moeten nu echt naar de volgende fase, anders blijft de proeftuin een kleine toepassingsplek in de Arena. En dat is juist wat we niet willen.’

Bron: FS 24/07/2017

‘ Wij leiden de digitale bouwvakkers op’

Geplaatst op Geupdate op

In Amsterdam staat de eerste gespecialiseerde opleiding van Nederland voor applicatiebouwers.  The App Academy stoomt in drie maanden tijd onervaren mensen klaar voor apps bouwen in de praktijk. En de eigenaar wil zo snel mogelijk naar Amerika, het land van de onbegrensde apps.

Martijn Wuite liep al langer met het plan rond om een opleiding voor zijn vakgebied — apps bouwen — te starten. Eind2013 kreeg hij de kans toen hij betrokken raakte bij een project voor werkloze jongeren in de gemeente Amsterdam. ‘Zeventien begonnen aan het traject, veertien haalden het einde van de opleiding en twaalf daarvan vonden een baan. Dat was de validatie die we zochten. ’Inmiddels is The App Academy een volwaardig opleidingsinstituut geworden: klein van schaal en zeer gespecialiseerd. In drie maanden tijd lerenstudenten in een zogenoemd snelkook-programma een applicatie te bouwen voor het iOS-platform van Apple of Googles Android.

Inmiddels hebben zo’n 85 studenten de opleiding gedaan. Onder hen jonge ontwikkelaars, maar ook oud-bankiers van de Zuid-as die op zoek zijn naar een nieuw carrière pad. De leeftijd van de studenten ligt tussen de 19 en 53 jaar. Voor het opleidingstraject van twaalf weken en zeshonderd contacturen betalen deelnemers € 12.500.De docenten komen uit de praktijk. ‘Ik wil geen mensen voor wie deze opleiding hun hoofdinkomen is. De technologie dendert door, dus we hebben ervaren iOS- en Android ontwikkelaars nodig. Schoolverlaters van de informatica-opleidingen zijn opgeleid met verouderde kennis’, aldus Wuite.

The App Academy is een van de twee applicatie-codering opleidingen in Europa waar klassikaal gedoceerd wordt. De enige concurrent is Digital Unicorn uit Londen. Online is het aanbod een stuk ruimer. Volgens de ondernemer kan iedereen een applicatie leren bouwen. ‘Als je maar100% gemotiveerd bent en enigszins digitaal aangelegd bent. Als je twijfelt of dit wel iets voor je is, of als je onder dwang door een rijke papa in de klas gezet bent, moet je hier niet aan beginnen.’ Studenten werken tijdens de opleiding aan praktijk opdrachten. The App Academy werkt samen met bedrijven zoals Randstad, KPN, de Bijenkorf, Philips en ABN Amro, waar studenten van The App Academy een bijdrage leverden aan de betaalapplicatie Tikkie. Volgens Norbert Siegers, hoofd IT Channel Solutions bij ABN Amro, wordt mobiel bankieren steeds belangrijker. ‘Het is goed als we die techniek in de vingers hebben’, zegt hij.

ABN Amro heeft zijn vaste ontwikkelteam inmiddels aangevuld met vijf afstudeerders van The App Academy, waarvan drie uit de eigen gelederen. ‘Dit zijn vaste medewerkers van de bank die zich hebben laten omscholen tot applicatie ontwikkelaar.’ De junior programmeurs worden deels door het ontwikkelteam van ABN Amro gecoacht, maar ook The App Academy speelt een rol bij de overstap van de schoolbanken naar de praktijk. ’Voor de Bijenkorf bouwde The App Academy een mode-applicatie. ‘De app was goed genoeg om het concept te testen bij onze klanten, maar niet iets wat we in de huidige vorm in de markt zouden zetten’, vertelt Martijn Ameling, verantwoordelijk voor nieuwe online-toepassingen bij het concern. ‘Je moet rekening houden met wat beginnende programmeurs in zes weken tijd in elkaar kunnen sleutelen.’ Aan het einde van het traject stromenprogrammeurs in op juniorniveau. De echte kennis wordt opgedaan in de praktijk. Een baan is nagenoeg gegarandeerd, zegt Wuite. ‘Ieder scherm heeft interactie nodig. Elk proces is te “ver-appen”.’

Mobiel verdrijft het traditionele internet naar de achtergrond. Consumenten spenderen steeds meer tijd op hun telefoon, waarvan 90% op applicaties. ‘Bedrijven willen massaal naar het mobiele kanaal. Wij leiden de digitale bouwvakkers op die daarvoor nodig zijn.’ De ondernemer is net terug vaneen reis naar Canada waar hij de basis legde voor een samenwerking met Decode MTL ‘Zij zijn sterk in web-development, wij op het gebied van apps. Samenwerking is dus heel logisch.’ Appsbouwen is een drukke markt, weet Wuite. ‘Canada en de Verenigde Staten lopen een paar jaar voor op Europa. De concurrentie is veel groter, maar de markt ook. Er staan 260.000 vacatures open voor IT-personeel.’ Programmeren op het strand is een ander concept waar Wuite aan werkt. Allereerst in Curaçao, waar hij al een optie heeft genomen op een resort aan het strand.

‘Als je in de winter moet coderen, waarom dan niet met je slippers in de zon?’ De plannen in Curaçao moeten een opstap worden naar grotere ambities. ‘Codingonthebeach.com zou heel goed onderdeel van onze tweetrapsraket naar Noord-Amerika kunnen zijn’, zegt hij. Het andere onderdeel van die raket moet komen van het Europese programma Ready2Go dat Europese ondernemers bijstaat bij de stap naar het buitenland. Hij hoopt binnenkort te horen dat The App Academy geselecteerd is voor de technologische conferentie CES in Las Vegas. ‘We zien dat de animo voor dit type opleiding in Canada en de VS groter is dan in Europa. Dat die twee landen handig tegen elkaar aan plakken, is mooi meegenomen. De VS zijn voor ons een stuk spannender dan in Groningen of Eindhoven zitten.’

Bron: FD 24/06/2017

Een sensor op elke straathoek

Geplaatst op

Eindhoven installeert steeds meer sensoren. Die seinen zelfs de politie in als en straatruzie escaleert. Maar er zijn ook nadelen. Op de fiets met wethouder Depla. ‘Heeft dat ding nou zomaar een foto van me naar Facebook gestuurd?’

Eindhoven loopt voorop als ‘slimme stad’. Wie van de rand van het centrum naar uitgaansstraat Stratumseind fietst, passeert zonder het te weten zo twintig sensoren. Ze regelen het verkeer, waarschuwen bewoners bij auto-inbraken en seinen de politie in als een ruzie op straat escaleert. Handig, zo lijkt het. Maar hoe meer sensoren de gemeente inzet, hoe meer praktische, juridische en ethische vraagstukken opdoemen. Het FD fietste met PvdA-wethouder Staf Depla langs ‘dichtbesensorde’ stukken van de stad en besprak de voors en tegens.

Stoplicht praat met auto’s

Sensoren, het klinkt heel nieuw, maar dat valt wel mee. De knop die het stoplicht activeert en de lus in het asfalt zijn ook sensoren. En het drukke kruispunt Cederlaan-Beukenlaan, aan de rand van het centrum van Eindhoven, zit er vol mee. Camera’s die kentekens lezen registeren de verkeersdrukte. De vele bussen die het punt passeren — onder meer richting het vliegveld van Eindhoven — regelen hun eigen ‘groene golf’ met behulp van een radiosysteem. Op deze zonnige woensdagmiddag rijdt iedereen lekker door, maar op de momenten dat de stad volloopt met auto’s kan het verkeer een stuk slimmer geregeld worden, meent wethouder Depla. Hij wil graag dat de stoplichten direct met de auto’s gaan communiceren. ‘We willen auto’s al kunnen detecteren vóórdat ze op dit punt zijn. Als het stoplicht hier weet dat op het kruispunt hiervoor vijf auto’s bij het stoplicht staan, moet dit stoplicht dat weten. Dan kan het precies lang genoeg op groen om die auto’s door te laten en staat niemand onnodig lang stil.’ TomTom heeft de technologie om dit te regelen, en wil dit ook best. Toch zijn gesprekken tussen de gemeente en het Amsterdamse navigatiebedrijf stukgelopen. En wel omdat TomTom zich het eigendom van de verzamelde gegevens van de verkeersgebruikers wil toe-eigenen. Oftewel: zou Eindhoven de verzamelde verkeersdata in de toekomst willen gebruiken voor een andere dienst, dan zou de gemeente deze van TomTom moeten kopen. Hier speelt een principiële vraag: van wie is de informatie die met dit soort technologie wordt gegenereerd? Is die van degenen die de data ‘maken’, de automobilisten en de gemeente dus, of van de bedrijven die de technologie hebben om deze te ‘mijnen’? Voor Depla is dit geen vraag. ‘Als de NAM het Nederlandse aardgas uit de grond haalt, moet het daarvoor betalen. Maar als wij als gemeente onze eigen data willen hergebruiken, moeten wíj daarvoor gaan betalen? Dat vind ik niet oké.’ Inmiddels praat de gemeente met een andere organisatie om de verkeersdoorstroming te verbeteren met behulp van sensoren en data-analyse. Maar afgesproken is dat de data van de gemeente blijven. Depla: ‘We zullen de database openstellen voor anderen om er mee aan de slag te gaan, in de hoop dat dat voor de gemeente en onze bewoners bruikbare ideeën en diensten oplevert.’

Nestjes voor drones

Een woud van camera’s kijkt vanaf het dak van de fabriek van Bosch, dat allerlei sensoren produceert, neer op de terrasjes op het plein Strijp-S. Maar die camera’s worden slechts door Bosch getest en verzamelen geen gegevens. Depla heeft dan ook een andere reden om de verslaggevers mee te tronen naar dit gebied, lokaal bekend als ‘De Verboden Stad’ vanwege de ommuring en de slagbomen die vroeger de toegang naar de Philipsfabrieken blokkeerden. Het voormalige bedrijfsterrein herbergt nu een afdeling van de Singularity University, hippe start-ups, horeca, woningen én palen behangen met verschillende sensoren. Bij de herinrichting van het gebied is glasvezel  aangelegd, de basis voor supersnel internet, en daarop zijn de palen neergezet. De gebiedsontwikkelaar noemt ze ‘de iPhones van de openbare ruimte’. In de palen zitten slimme lampen, die zich aanpassen aan de hoeveelheid zonlicht, of die een leuk kleurtje kunnen geven bij een speciale gebeurtenis — zeg rood bij een kampioenschap van PSV. Er zitten luchtkwaliteitsmeters op en er zijn plannen om ‘nestjes’ voor drones te maken: plekken waar deze vliegende sensoren kunnen parkeren. Bezoekers kunnen over een tijdje de camera’s in de palen tegen betaling van een paar cent een foto van ze laten maken. Als je wilt kan de camera straks ook aan het door jou gereserveerde restaurant laten weten dat je auto is gesignaleerd en je dus binnen een paar minuten zult aanschuiven. En er zijn geluidscamera’s. Het zijn witte, platte kastjes, uitgerust met 64 microfoontjes die het omgevingsgeluid registreren en analyseren. Een idee waarmee wordt geëxperimenteerd: bij het geluid van sirenes gaan de lampen feller schijnen. Of de camera stuurt een bericht naar bussenproducent VDL: de bus die om 13.52 uur passeerde maakte een afwijkend geluid, dus controleer de banden even. Binnenkort start een proef om omwonenden met een appje op de hoogte te stellen als de geluidscamera’s zorgwekkende incidenten waarnemen, zoals geloste schoten, ingetikte autoruitjes of aanhoudend geschreeuw. Een medewerker van Sorama, het bedrijf dat de software voor de geluidscamera ontwikkelde, wil het wel even demonstreren. Hij heeft een roze ballon bij zich, die Depla met een ferme trap laat knappen. Een seconde later krijgt de Sorama-medewerker een appje op zijn telefoon: ‘Er is een geweerschot gehoord.’ Regelgeving voor dit soort camera’s is er niet. Welke data mag je ermee verzamelen en hoe lang bewaar je die? De gemeente heeft het voor Strijp-S in een privaatrechtelijk contract laten vastleggen met Park Strijp Beheer, de organisatie die het gebied ontwikkelt. In dit geval ging dat vrij makkelijk, want de gemeente is voor de helft eigenaar van het ontwikkelingsbedrijf. Maar het liefst zou je dit in een algemene plaatselijke verordening (apv) vastleggen, zegt Depla, net zoals dat het geval is bij gewone camera’s. ‘Maar dat kan niet. De wetten en regels houden dit soort ontwikkelingen niet meer bij.’

Kaarten die alles kunnen

‘City beacons’ heten de hoge witte zuilen die verspreid over het centrum van Eindhoven staan. De belangrijkste functie is nu nog bewegwijzering. Op een groot beeldscherm vinden bezoekers een digitale kaart van de stad, die ze desgevraagd de weg wijst naar winkels, restaurants of bezienswaardigheden. Maar de beacons kunnen veel meer. Bovenin hangen camera’s, het ding kan via wifi-tracking de looproutes van voorbijgangers nagaan, hij is uitgerust met webcams, microfoons en speakers. Je kunt er contactloos mee betalen en de zuil meet temperatuur, luchtvochtigheid en de luchtvervuiling. Vooralsnog wordt maar een klein deel van de mogelijkheden van de beacons benut. De camera’s staan uit, net als de microfoons. Er staan nog amper apps op, dus er valt nog niks contactloos af te rekenen. De wifi-tracking staat niet aan. Alleen de stadsplattegrond doet het nu, en de app waarmee de gebruiker een selfie kan maken. Depla doet het even voor bij de beacon die midden op Stratumseind, de uitgaansstraat van Eindhoven, staat. Hij kiest een filtertje met een gek hoedje, drukt af. En dan blijkt dat de foto, zonder dat daarvoor toestemming wordt gevraagd, direct op een Facebook-pagina belandt. ‘Dat kan dus echt niet’, zegt Depla. ‘Daar moeten we wat aan doen! (inmiddels moet de gebruiker toestemming geven voor het plaatsen van de foto, red).’ In de toekomst moeten de beacons wel veel actiever worden ingezet. Tinus Kanters van de gemeente Eindhoven heeft ideeën zat. Hij werkt aan een project om met technologische en sociale innovaties het uitgaanscentrum veiliger te maken. Zijn kantoortje, op de eerste verdieping boven café De Oude Rechtbank, staat vol beeldschermen. Hij houdt bij wat op sociale media wordt gezegd over de straat en krijgt via camera’s informatie over geluid en bewegingen van mensen op straat. De microfoons kunnen registeren of een dronkenmansruzie echt uit de hand loopt en automatisch de politie waarschuwen. De camera’s kunnen zo worden geprogrammeerd dat ze zelf de beelden analyseren en een seintje geven als ze bijvoorbeeld signaleren dat een groepje mensen aan het vechten slaat. Dan hoef je niet meer iemand voor niks uren naar een beeldscherm te laten staren. Het liefst zou Kanters de paal ook een geur willen laten verspreiden. ‘We weten dat geur invloed heeft op de gemoedstoestand.’ Maar toen hij dit idee eerder opperde in de media, stuitte hij op veel weerstand. ‘Mensen vinden het een ongeoorloofde vorm van beïnvloeding.’ Met de lampen in de beacons experimenteert hij al volop. Als de kroegen dichtgaan wordt het licht langzaam feller, als teken dat het tijd wordt huiswaarts te gaan. Ook een vorm van beïnvloeding natuurlijk. Kanters: ‘Gek genoeg kregen we daar veel minder reacties over.’ De vele verschillende soorten data die met behulp van de beacons en andere sensoren in de stad kunnen worden vergaard, maken de situatie bijzonder, zegt Depla. Iedere sensor op zich zegt nog niet zo veel over een passerende auto, een restaurantganger of een voetganger op weg naar de kroeg. ‘Elk stukje informatie op zich kan anoniem zijn. Maar als je al die losse stukjes bij elkaar legt, komt je toch dicht in de buurt van persoonsgegevens.’ En die gegevens zijn natuurlijk interessant voor ondernemingen. ‘Het zijn grote bedrijven waar je dan als gemeente mee te maken krijgt’, zegt Depla. ‘Ze helpen ons met de hard- en software en willen de data daarvoor terug. Wij zijn toevallig een gemeente vol nerds — ook in het stadsbestuur — en denken over dit soort consequenties na. In een andere stad denken ze wellicht: “We hebben een mooi systeem, hup, door naar het volgende project.”’

 

Bron: FD 15/07/2017

‘HET BRUIST AAN ALLE KANTEN’

Geplaatst op

Op het Kamerlingh Onnes, een school voor havo/vwo in Groningen, worden de lessen sinds dit jaar verrijkt met 3D-printen, lasersnijden en stop-motion-filmpjes maken. Deze vaardigheden zijn onderdeel van de leerlijn digitale geletterdheid, die al op de basisschool begint. “Ik wil dat leerlingen kritisch leren kijken en niet per definitie aannemen dat alles op internet waar is.”

Facebook, WhatsApp en Snapchat kennen geen geheimen voor de gemiddelde middelbare schoolleerling. Maar kun je Wikipedia blindelings vertrouwen als bron, hoe herken je nepnieuws en wat is programmeren eigenlijk? Dergelijke vragen blijven vaak onbeantwoord, terwijl ze in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen. De Openbaar Onderwijs Groep Groningen (O2G2), waar het Kamerlingh Onnes onder valt, wil leerlingen beter voorbereiden op deze digitale toekomst en heeft daarom een doorlopende leerlijn digitale geletterdheid in het leven geroepen. Digitaal repertoire “Digitale geletterdheid houdt in dat leerlingen kunnen omgaan met de digitale wereld, van social media tot verslagen maken op de computer tot werken in de cloud”, legt Jan van der Schans uit. Hij werkt als informaticadocent en deelprojectleider digitale geletterdheid op het Kamerlingh Onnes en merkt dat het in de praktijk vaak tegenvalt hoe handig leerlingen zijn met digitale hulpmiddelen. Rector Sjouke Wouda herkent dat. “Iedereen denkt dat leerlingen de docenten moeten leren hoe ‘online’ werkt, maar dat geldt voor slechts een paar leerlingen. Een heel grote groep heeft een gestructureerde manier nodig om de vaardigheden te leren die nodig zijn om bijvoorbeeld digitale media te gebruiken.” Wouda ziet dat leerlingen vaak erg behendig zijn in het gebruik van WhatsApp en Facebook op hun smartphone. “Maar een filmpje monteren of foto’s bewerken, dat lukt niet. Ze maken eigenlijk heel beperkt gebruik van hun telefoon en computer.” Doel van de digitale leerlijn is dan ook het digitale repertoire van leerlingen te verbreden. Daarbij wordt aandacht geschonken aan ICT- en Informatievaardigheden zoals het omgaan met software en hardware, het opzoeken van informatie en privacyvraagstukken. Ook mediawijsheid en computational thinking, oftewel probleemoplossend denken, komen aan bod. “We willen onze leerlingen leren waarom een bepaalde hit bij Google bovenaan staat en aanmoedigen om ook eens naar het elfde zoekresultaat te kijken”, zegt Van der Schans.

 Oppervlakkigheid

De digitale leerlijn moet meer diepgang en bewustwording creëren bij de leerlingen. “We zien dat de oppervlakkigheid zegeviert, dankzij de vluchtigheid van digitale media. Daarom is het nodig leerlingen kritisch te leren kijken naar de informatievoorziening”, zegt Wouda. Op het hbo en de universiteit komt deze kennis van digitale hulpmiddelen goed van pas. “Onze leerlingen komen straks in een wereld terecht waar veel zaken digitaal gaan”, vertelt Van der Schans. “Ze moeten op school worden voorbereid op hun vervolgstudie en hun toekomst. Digitale geletterdheid is daar een onderdeel van.” ‘Dankzij de vluchtigheid van digitale media zegeviert de oppervlakkigheid’. De digitale leerlijn wordt dit jaar uitgerold op vijf basisscholen en vier vo-scholen die onder O2G2 vallen. Op de basisschool wordt vier uur per week lesgegeven in digitale geletterdheid, in het vo is het programma minder gestructureerd. Er is bewust voor gekozen digitale geletterdheid niet als een vak aan te bieden. “Dan is het voor leerlingen gewoon een vak waar je je met digitale zaken bezighoudt en hoef je dat bij andere vakken niet te doen”, zegt Van der Schans. Wouda voegt toe: “Wij proberen het juist te integreren in de bestaande vakken. Het is belangrijk dat leerlingen de vaardigheden in de context van een vak toepassen en niet alleen een ochtend achter de computer zitten.”

Vrijheid

Bij het opzetten van de leerlijn krijgt het Kamerlingh Onnes veel vrijheid. Er is niet van tevoren een digitaal curriculum gekozen dat de docenten moeten uitvoeren. De school krijgt de tijd om de leerlijn continu te evalueren en aan te passen, vertelt Wouda. “Het is voor ons ook een leerproces. Waar het om gaat, is dat we grip krijgen op verschillende soorten opdrachten die we kunnen inzetten.” Deelprojectleider Van der Schans houdt contact met de andere deelnemende scholen en bedenkt hoe de verschillende technologieën kunnen worden ingepast in de lessen. Hij stimuleert zijn collega’s zelf met ideeën te komen over hoe zij digitale geletterdheid kunnen integreren in hun vak. “Als het vanuit de docent komt, is er meteen draagvlak voor.” De leerlijn is volgens Wouda een voorbeeld van het out of the box-denken waar hij als schoolleider naar streeft. “Dat kun je niet opleggen en daar kun je geen training voor geven, maar dat moet je van onderop stimuleren. Het bijkomende voordeel is dat het eigenaarschap weer bij docenten wordt gelegd.” Creatieve ideeën worden gestimuleerd en de docenten krijgen veel ruimte voor hun eigen inbreng. “We doen dit heel bewust op deze manier. Ik wil eigenlijk dat de collega’s op een andere manier gaan leren en het experiment weer aandurven”, aldus de rector.

E-lab

Digitale geletterdheid gaat op het Kamerlingh Onnes verder dan alleen leren hoe je met computers en internet om moet gaan. In een speciaal e-lab kunnen leerlingen aan de slag met 3D-printers, lasersnijders, robotjes en apparatuur om foto’s en film te bewerken. De docenten krijgen extra scholing zodat ze zich bewust worden van de mogelijkheden die dit e-lab biedt. “Alle docenten zijn natuurlijk bezeten van hun eigen vak. Als je meer tools krijgt om dat vak nog leuker te maken, dan werkt dat motiverend”, zegt Wouda. Het e-lab in het Kamerlingh Onnes is ook beschikbaar voor vier basisscholen van de O2G2-groep. Wouda hoopt dat bovenbouwleerlingen in de toekomst basisschoolleerlingen gaan begeleiden in kleine projecten. “Dan kunnen ze hun expertise inzetten en leren ze instructie geven. Het delen van kennis is in mijn ogen ook een vaardigheid die in de toekomst goed van pas komt.” Van der Schans heeft het daar al over gehad met een atheneum 6-klas. “Ik had verwacht dat ze daar geen zin in zouden hebben, maar ze zeiden meteen: oh, da’s goed! Dat vond ik heel leuk om te horen. Je krijgt zo een hele leuke interactie.”

Romeinen

De sectie geschiedenis maakt al optimaal gebruik van de mogelijkheden met het project ‘What if’. Daarin onderzoeken de leerlingen hoe Groningen eruit had gezien als de Romeinen niet waren verslagen, maar verder naar het Noorden waren getrokken en de stad hadden veroverd. “De Romeinen zijn een vast onderdeel van de geschiedenisles, maar wij bieden het onderwerp op een andere manier aan”, vertelt Van der Schans. De leerlingen hebben de taken verdeeld en zijn in verschillende groepjes aan de slag gegaan met stop-motion-animaties, 3D-prints en maquettes. “Ze maken bijvoorbeeld de Martinitoren met Romeinse elementen”, zegt Van der Schans. Een hele andere manier van kennis toepassen dus. “De leerlingen krijgen nu ook de theorie, maar moeten die daarna direct toepassen in de praktijk. En ze moeten zelf bedenken hoe ze de opdracht kunnen uitvoeren”, zegt Wouda. De leerlingen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de digitale leerlijn. Hun feedback wordt serieus genomen. Ook organiseert de school uitgebreide middagen met workshops voor de leerlingen om te kijken hoe digitale technologie het beste kan worden verweven met bijvoorbeeld de sectie kunst. De leerlingen waarderen dat en vinden het leuk bezig te zijn met praktijkgerichte opdrachten, merken Wouda en Van der Schans. Twee meisjes hebben bijvoorbeeld een instructiekaart gemaakt voor 3D-printen. “Dat is dus niet de zoveelste opdracht die je voor een docent moet maken en waarvan niet duidelijk is waarom je het moet doen. Deze kaart wordt nu echt gebruikt”, zegt Van der Schans. Het is de bedoeling dat leerlingen aan het eind van het derde jaar laten zien welke elementen van digitale geletterdheid ze kunnen toepassen. Ze moeten dan een presentatie geven met behulp van een portfolio dat ze de komende jaren bij de verschillende vakken opbouwen. “De vraag is dus niet of ze geschiedenis goed hebben geleerd, maar hoe ze daar hun digitale vaardigheden hebben ingezet”, zegt Wouda. “We doen dat op die manier zodat ze leren de digitale tools in verschillende contexten toe te passen, want het laat juist om die context.” De rector denkt dat het aanleren van vaardigheden de toekomst heeft. “Het onderwijs is nu nog heel erg gericht op kennis, terwijl in de toekomst juist vaardigheden steeds belangrijker worden.”

Fake news

De digitale leerlijn zal continu worden aangepast aan de laatste technologische ontwikkelingen. “Er zullen altijd standaardelementen tussen zitten. Maar als we nu een programma samenstellen dat we over tien jaar nog steeds afdraaien, dan denk ik dat we iets fout doen”, zegt Van der Schans. Wouda hoopt dat hij leerlingen aflevert die vaardig zijn in het hanteren van diverse digitale media, maar ook kritisch. “De technologie ontwikkelt zich heel snel. Ik wil dat leerlingen daar kritisch naar kijken en niet per definitie aannemen dat alles wat ze op internet vinden ook waar is.” Dat is van levensbelang, meent Van der Schans. “Zeker met het fake news van dit moment. Dat is voor ons al ingewikkeld, laat staan voor iemand van veertien jaar.” Hoewel de digitale leerlijn nog maar kort bestaat, zijn de eerste reacties enthousiast. “Het bruist aan alle kanten. Als ik eerlijk ben, had ik niet gedacht dat de flow zo groot zou zijn”, zegt Wouda. Hij denkt dat de leerlijn werkt omdat alle docenten ervan overtuigd zijn dat ze iets moeten doen met digitale geletterdheid. “We zijn er allemaal van doordrongen dat onze kinderen opgroeien in een andere samenleving dan die waarin wij zijn opgegroeid.” Wat hij vooral waardeert, is dat niet vooraf bedacht is hoe de inhoudelijke invulling van de leerlijn er over twee jaar uit moet zien en dat de school de kans krijgt om te blijven evalueren en aanscherpen. “Het geeft je veel energie”, voegt Van der Schans toe. “En als je dan ziet dat de leerlingen het ook heel leuk vinden – daar doe je het voor.”

Bron: VO Magazine 05/04/2017